S T A T U T E N:
NAAM EN ZETEL
ARTIKEL
11. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Organisatie Voor Accordeon en Mondharmonica, bij afkorting genaamd "NOVAM."
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam
DOEL
ARTIKEL
21. De vereniging heeft ten doel: waardering aan te kweken voor de muziekbeoefening in het algemeen, en die van accordeon- en mondharmonicamuziek in het bijzonder, de gunstige ontwikkeling hiervan te stimuleren en de groei en bloei van de aangesloten verenigingen, verenigings- en individuele leden te bevorderen en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. Zij kan, indien nodig of gewenst, haar belangensfeer uitbreiden met andere instrumenten.
3. Zij is op het gebied van accordeon en mondharmonica de overkoepelende landelijke organisatie.
4. De vereniging tracht haar doel te verwezenlijken door:
a. het propageren van kwalitatief verantwoorde instructies op de terreinen van de in hiervoor genoemde instrumenten;
b. het geven en stimuleren van opleidingen, (kader)cursussen, vormingsactiviteiten enzovoorts;
c. het houden en stimuleren van examens;
d. het houden van vergaderingen, congressen, festivals, concoursen en dergelijke culturele manifestaties;
e. het (doen) in stand houden en uitbreiden van een inhoudelijk verantwoorde muziekbibliotheek en -fonotheek ten behoeve van haar leden;
f. het (doen) uitgeven van een periodiek orgaan;
g. het verkrijgen van subsidies, legaten, erfstellingen en schenkingen;
h. het bevorderen van de grootst mogelijke samenwerking met en tussen organisaties in en buiten Nederland;
i. het (doen) instandhouden van een of meerdere orkesten, waarin accordeon of mondharmonica in belangrijke mate vertegenwoordigd zijn;
j. het aanwenden van andere wettige middelen, die voor het doel van de vereniging bevorderlijk kunnen zijn.
VERENIGINGSJAAR
ARTIKEL
3Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
INRICHTING VAN DE VERENIGING
ARTIKEL
41. De leden van de vereniging worden onderverdeeld in afdelingen, welke afdelingen ter keuze van die afdeling al dan niet rechtspersoonlijkheid kunnen bezitten. Afdelingen die kiezen voor rechtspersoonlijkheid dienen daarbij voorafgaande schriftelijke toestemming van het algemeen bestuur te verkrijgen, dat aan die toestemming zodanige voorwaarden mag stellen dat het duidelijk is dat de afdeling een onderdeel vormt van de NOVAM en aan de landelijke regelingen is gebonden.
2. De algemene vergadering besluit op voorstel van het bestuur tot instelling, opheffing, uitbreiding, samenvoeging en splitsing van afdelingen.
Voor de opheffing, uitbreiding, samenvoeging en splitsing van een afdeling, is de voorafgaande goedkeuring vereist van de afdelingsvergadering van de desbetreffende afdeling(en).
Afdeling kunnen zowel territoriaal van karakter zijn als dienen voor een specifieke doelgroep.
3. Elke afdeling heeft een afdelingsbestuur en een afdelingsvergadering.
De afdelingsvergadering stelt op voorstel van het afdelingsbestuur een afdelingsreglement vast waarin de werkwijze en aangelegenheden, voorzover daarin niet is voorzien in deze statuten, van de afdeling nader worden geregeld.
Een afdelingsreglement mag niet met de wet, deze statuten of een reglement van de vereniging in strijd zijn.
De afdelingsvergadering is op voorstel van het afdelingsbestuur bevoegd een afdelingsreglement te wijzigen.
Een afdelingsreglement of een wijziging daarvan wordt eerst van kracht na goedkeuring van het reglement of de wijziging door het bestuur van de vereniging.
4. Voorzover de wet, de statuten en reglementen dit toestaan, worden de taken en bevoegdheden van een afdeling vastgesteld in onderling overleg tussen het bestuur en het afdelingsbestuur van de desbetreffende afdeling,
één en ander onverminderd de bevoegdheid voor de algemene vergadering hieromtrent nadere regels te stellen.
Een afdelingsbestuur is verantwoording verschuldigd aan de afdelingsvergadering van de desbetreffende afdeling.
LIDMAATSCHAP
ARTIKEL
51. De vereniging kent gewone leden en leden van verdienste.
2. Gewone leden zijn zij die zich als lid bij het afdelingsbestuur van de afdeling hebben aangemeld waartoe zij op grond van artikel 4 lid 1 van de statuten behoren en die door het afdelingsbestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten.
Ingeval van niet-toelating door het afdelingsbestuur kan de afdelingsvergadering alsnog tot toelating besluiten.
3. Leden van verdienste zijn natuurlijke personen die, op grond van bijzondere verdiensten voor de vereniging, op voordracht van het dagelijks bestuur, of op voordracht van het algemeen bestuur, als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd en hun benoeming hebben aanvaard. Tot lid van verdienste kunnen zowel leden als niet-leden worden benoemd.
4. Een afdelingsvergadering kan eveneens iemand tot lid van verdienste van die afdeling benoemen op grond van bijzondere verdiensten voor die afdeling. Het bepaalde in lid 3 is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
5. Leden van verdienste hebben het recht de door de vereniging georganiseerde evenementen bij te wonen.
Bij reglement kunnen aan hen voor zover de statuten dit toestaan nadere rechten worden toegekend.
6. Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang.
7. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen alsmede de afdeling, waartoe zij behoren. Elk afdelingsbestuur houdt eveneens een zodanig register met betrekking tot de leden, die onder de desbetreffende afdeling ressorteren.
DONATEURS
ARTIKEL
61. Donateurs zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen.
2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van donateurs.
3. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen bij of krachtens de statuten of huishoudelijk reglement zijn toegekend en opgelegd.
BIJDRAGEN EN OVERIGE GELDMIDDELEN
ARTIKEL
71. De gewone leden en donateurs zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.
3. Naast de bijdragen van gewone leden en donateurs bestaan de geldmiddelen van de vereniging uit erfstellingen, legaten, schenkingen, subsidies, inkomsten uit eigendommen, inleggelden, sponsoring en alle andere
wettig verkregen inkomsten.
SCHORSING LIDMAATSCHAP
ARTIKEL
81. Het bestuur kan een lid dat handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, schorsen voor een door het bestuur te bepalen periode van maximaal zes maanden.
Deze bevoegdheid komt eveneens toe aan het afdelingsbestuur van de afdeling, waarvan een lid deel uitmaakt.
2. Binnen een maand nadat een lid een besluit tot schorsing is meegedeeld, heeft deze het recht van beroep op:
a. de algemene vergadering, indien de schorsing is opgelegd door het bestuur; of
b. het bestuur, indien de schorsing is opgelegd door het afdelingsbestuur.
Een beroep wordt behandeld in de eerstvolgende vergadering van het desbetreffende orgaan.
EINDE LIDMAATSCHAP/RECHTEN EN PLICHTEN
ARTIKEL 9.
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting (royement).
2. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.
3. De rechten en verplichtingen van een lid van verdienste en een donateur kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.
Een eventuele bijdrage over het lopende verenigingsjaar blijft echter voor het geheel verschuldigd.
OPZEGGING DOOR HET LID
ARTIKEL
101. Opzegging door het lid geschiedt door een schriftelijk kennisgeving aan het afdelingsbestuur van de afdeling, waarvan hij deel uitmaakt.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan behoudens het bepaalde in lid 3 slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste vier weken.
Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen:
a. binnen een maand nadat hem een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard bekend is geworden of meegedeeld, tenzij het een wijziging betreft van de geldelijke rechten en verplichtingen;
b. binnen een maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie of tot splitsing is meegedeeld;
c. indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
OPZEGGING DOOR DE VERENIGING
ARTIKEL
111. Over opzegging door de vereniging alsmede de datum van ingang daarvan beslist het afdelingsbestuur van de afdeling, waarvan het lid deel uitmaakt, dat daarvan met opgave van redenen aan het lid schriftelijk kennis geeft.
Deze bevoegdheid komt eveneens toe aan het bestuur van de vereniging, indien het afdelingsbestuur naar het oordeel van het bestuur in gebreke blijft.
2. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij deze statuten gesteld te voldoen;
b. wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. Het bepaalde in lid 2 van artikel 8 omtrent beroep is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot opzegging. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
ONTZETTING
ARTIKEL
121. Over ontzetting alsmede de datum van ingang daarvan beslist het bestuur, dat daarvan met opgave van redenen zo spoedig mogelijk aan het lid schriftelijk kennis geeft.
Een afdelingsbestuur heeft de bevoegdheid een lid dat onder de desbetreffende afdeling ressorteert voor ontzetting bij het bestuur voor te dragen.
2. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
3. Het lid is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering. Dit beroep zal behandeld worden op de eerstvolgende algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
BESTUUR: ALGEMEEN BESTUUR EN DAGELIJKS BESTUUR
ARTIKEL
131. De vereniging wordt bestuurd door het algemeen bestuur, bestaande uit het dagelijks bestuur tezamen met afgevaardigden uit de afdelingsbesturen alsmede uit nader door de algemene vergadering aangewezen personen met een specifieke taak. Elk afdelingsbestuur wijst uit zijn midden één lid aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur.
Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, de secretaris, de penningmeester en de redacteur van het verenigingsorgaan, welke dagelijks bestuursleden in functie worden gekozen.
De dagelijks bestuursleden worden door de algemene vergadering benoemd.
De algemene vergadering stelt met inachtneming van het bepaalde in dit lid het aantal bestuursleden vast.
De feitelijke samenstelling van het bestuur dient altijd dusdanig te zijn dat tenminste twee/derde deel geen familie (tot en met de vierde graad), gehuwd of samenwonend is, zowel onderling als ten opzichte van de overige bestuursleden.
2. De algemene vergadering kan besluiten dat één of meer leden van het dagelijks bestuur, mits minder dan de helft, worden benoemd buiten de gewone leden van de organisatie. Het huishoudelijk reglement bevat voorschriften omtrent de kandidaatstelling, en regelt de gevallen, waarin de algemene vergadering vrij is tot benoeming.
3. De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Onder een jaar wordt hier verstaan een periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen.
4. De leden van het algemeen bestuur treden af volgens een door het algemeen bestuur op te maken rooster, dat zodanig is ingericht, dat ieder jaar een derde deel van de leden van het algemeen bestuur aftreedt.
5. Volgens het rooster aftredende leden van het algemeen bestuur zijn onmiddellijk herbenoembaar als lid van het algemeen bestuur, al dan niet in dezelfde functie.
6. Indien een tussentijdse vacature ontstaat, wordt daarin door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de eerstvolgende algemene vergadering, voorzien. Op het rooster van aftreden neemt de tussentijdse benoemde de plaats in van de niet meer in functie zijnde persoon, in wiens vacature hij werd benoemd. Deze gedeeltelijke zittingsperiode blijft buiten beschouwing voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid.
7. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
In de eerstvolgende algemene vergadering wordt in de vacature(s) voorzien.
8. Alle bestuursleden van de vereniging dienen te worden ingeschreven in het handelsregister, gehouden door de Kamers van Koophandel.
Van wijzigingen in het bestuur wordt door het bestuur zo spoedig mogelijk opgave gedaan bij het voormelde register.
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN ALGEMEEN BESTUUR
ARTIKEL 13.A
1. Het algemeen bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Uitgezonderd de taken, welke krachtens deze statuten en/of andere reglementen zijn opgedragen aan het dagelijks bestuur dan wel andere organen van de vereniging, heeft het algemeen bestuur alle daaruit voortvloeiende en daarmee samenhangende bevoegdheden. Hieronder is ook te verstaan de uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering en het zorgdragen voor naleving van de statuten en reglementen van de vereniging.
2. Het algemeen bestuur is, uitgezonderd het bepaalde in het volgende lid, mede bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, en tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
3. Het algemeen bestuur behoeft de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering voor het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsinstelling voor de schuld van een derde verbindt.
4. De vereniging kan deelnemen in andere verenigingen of organisaties op nationaal of internationaal gebied. Door zodanige deelneming mag de vereniging niet in strijd komen met de statuten of met haar huishoudelijk reglement.
5. Het huishoudelijk reglement bevat bepalingen met betrekking tot ondermeer de vergaderingen van het algemeen bestuur, de besluitvorming van het algemeen bestuur, alsmede de verdeling van de taken onder de leden van het algemeen bestuur, onverminderd diens ongedeelde verantwoordelijkheid voor het gehele bestuur.
6. Onverminderd zijn verantwoordelijkheid kan het algemeen bestuur derden belasten met de uitvoering van feitelijke werkzaamheden. Het algemeen bestuur kan deze derden een honorering toekennen.
@artikel verwijderd
TAKEN DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13.B
1. Het dagelijks bestuur is bevoegd besluiten te nemen, die mede behoren tot de competentie van het algemeen bestuur, in het bijzonder waar het landelijke taken betreft. Het dagelijks bestuur doet van besluiten, zoals hiervoor bedoeld, zo spoedig mogelijk mededeling aan het algemeen bestuur.
2. Een niet voltallig dagelijks bestuur behoudt zijn bevoegdheden, mits tenminste de helft van het aantal bestuursleden bijeen is.
SCHORSING EN EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP
ARTIKEL 14.
1. Een bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst.
2. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door periodiek aftreden;
b. door overlijden;
c. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
d. door bedanken.
4. Periodiek aftreden vindt plaats volgens een door het bestuur met inachtneming van de zittingsduur van de bestuursleden op te maken rooster van aftreden.
5. Het bestuurslidmaatschap van een bestuurslid benoemd door een afdelingsbestuur eindigt voorts, zodra het lid geen deel meer uitmaakt van het afdelingsbestuur.
BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN
ARTIKEL 15.
1. De bestuursvergaderingen worden gehouden op een door de voorzitter te bepalen plaats.
2. Bestuursvergaderingen zullen worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk aan de voorzitter het verzoek richt.
3. Indien de voorzitter aan een verzoek als bedoeld in lid 2 geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen.
4. Het bestuur kan alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is.
5. Alle bestuursbesluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
6. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht.
7. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per fax, of met gebruik van een in geschrift weergegeven electronisch bericht (email) hun mening te uiten en het besluit met algemene stemmen wordt genomen.
8. Bij reglement kunnen door de algemene vergadering nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van oproeping, stemprocedures en besluitvorming.
ARTIKEL 16.
Elke bestuurder is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
AFDELINGSBESTUUR
ARTIKEL 17.
1. Een afdelingsbestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste drie natuurlijke personen.
2. De afdelingsvergadering stelt met inachtneming van het bepaalde in lid 1 het aantal bestuursleden vast.
3. De afdelingsbestuursleden worden door de afdelingsvergadering benoemd uit de gewone leden van de desbetreffende afdeling.
4. De volgende bepalingen zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het afdelingsbestuur:
- artikel 13 lid 3 tot en met 10;
- artikel 14 lid 1 tot en met 4;
- artikel 15;
- artikel 16.
De taken en bevoegdheden, welke in deze bepalingen toekomen aan de algemene vergadering, worden uitgeoefend door de afdelingsvergadering van de desbetreffende afdeling, terwijl onder vereniging wordt verstaan afdeling, tenzij kennelijk anders is bedoeld.
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 4 juncto artikel 14 lid 3 eindigt het afdelingsbestuurslidmaatschap zodra het afdelingsbestuurslid ophoudt deel uit te maken van de desbetreffende afdeling.
VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 18.
1. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan drie gezamenlijk handelende leden van het dagelijks bestuur.
3. Zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, afdelingsbestuursleden alsook aan derden, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
BOEKJAAR, ADMINISTRATIE EN JAARSTUKKEN
ARTIKEL 19.
1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het verenigingsjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de vereniging afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt.
4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, alsmede het jaarverslag als bedoeld in het volgende artikel gedurende ten minste tien jaren te bewaren.
REKENING EN VERANTWOORDING
ARTIKEL 20.
1. Het algemeen bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid.
Het legt de balans en de staat van baten en lasten als bedoeld in artikel 19 met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over.
Deze stukken worden ondertekend door alle bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
2. Na verloop van de in lid 1 bedoelde termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij de aldaar vermelde verplichtingen nakomen.
3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de gewone leden een commissie van ten minste twee personen, hierna ook te noemen kascommissie, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 1 en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Het bestuur doet de te onderzoeken stukken ten minste drie weken voor de dag waarop de algemene vergadering, waarin deze zullen worden behandeld, zal worden gehouden, toekomen aan de commissie.
5. Het bestuur is eveneens verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.
6. Vergt het onderzoek naar het oordeel van de commissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan zij zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
7. De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd de commissie van haar taak te ontheffen.
Deze ontheffing kan echter slechts plaatsvinden door de benoeming van een andere commissie.
FINANCIELE MIDDELEN AFDELINGEN
ARTIKEL 21.
1. Aan elke afdeling van de vereniging wordt in de begroting uit de geldmiddelen van de vereniging een jaarlijkse bijdrage ter beschikking gesteld.
2. Het dagelijks bestuur kan voorwaarden stellen met betrekking tot de besteding van de bijdrage.
3. Een afdelingsbestuur is op ieder moment rekening en verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur omtrent de wijze van besteding van de toegekende bijdrage en is verplicht het dagelijks bestuur alle gewenste inlichtingen te verschaffen, desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de afdeling voor raadpleging beschikbaar te stellen.
Het afdelingsbestuur is voorts gehouden alle benodigde medewerking te verlenen aan het dagelijks bestuur met het oog op het bepaalde in artikel 19 en 20 van deze statuten.
4. Het bepaalde in lid 3 laat onverlet de verantwoording van het afdelingsbestuur jegens de afdelingsvergadering.
5. Het bepaalde in artikel 19 leden 2 en 4 is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het afdelingsbestuur. Indien het bestuur dit wenselijk acht kunnen, mits met toestemming van de algemene vergadering, ook artikel 19 lid 3 en een of meer bepalingen van artikel 20 van overeenkomstige toepassing worden verklaard op een afdeling.
ALGEMENE VERGADERINGEN
ARTIKEL 22.
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur of een ander orgaan zijn opgedragen.
2. Jaarlijks zal op een door het algemeen bestuur vast te stellen tijdstip, een en ander echter met inachtneming van het bepaalde in lid 1 van artikel 20, een algemene vergadering worden gehouden.
In deze jaarvergadering komen aan de orde:
a. het jaarverslag, de balans, de staat van baten en lasten en de toelichting als bedoeld in het artikel 20 alsmede het verslag van de kascommissie;
b. de benoeming van de kascommissie voor het volgende boekjaar;
c. de begroting voor het komende verenigingsjaar;
d. de voorziening in eventuele vacatures in het bestuur;
e. voorstellen van het bestuur aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
f. voorstellen van leden, die uiterlijk drie weken voor de dag van de algemene vergadering bij het bestuur zijn ingekomen; deze voorstellen worden eveneens bij de oproeping vermeld.
3. Andere algemene vergaderingen worden bijeengeroepen zo dikwijls het algemeen bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het algemeen bestuur, op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering, verplicht tot het bijeenroepen
van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
De verzoekers vermelden in hun verzoek de te behandelen onderwerpen.
5. Indien aan het in lid 4 bedoelde verzoek binnen twee weken geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan.
BIJEENROEPING EN AGENDA
ARTIKEL 23.
1. De algemene vergaderingen worden, behoudens in het geval als bedoeld in lid 5 van artikel 22, bijeengeroepen door het algemeen bestuur.
2. De oproeping tot een algemene vergadering geschiedt door middel van oproepingsbrieven, gericht aan de adressen van de leden zoals deze zijn vermeld in het ledenregister van de vereniging en/of door publicatie van een oproep in het verenigingsorgaan dan wel op de website van de vereniging.
3. In de situatie als bedoeld in lid 5 van artikel 22 kan, in afwijking van het bepaalde in lid 2, oproeping ook plaatsvinden door middel van een advertentie in ten minste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.
4. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste
5. De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen, zulks onverminderd de bijzondere voorschriften omtrent statutenwijziging.
TOEGANG EN VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 24.
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle gewone leden en leden van verdienste van de vereniging die niet geschorst zijn en alle donateurs.
Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
3. Een lid kan zich ter vergadering door een ander lid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke volmacht.
Een lid kan daarbij slechts voor ten hoogste
VERGADERPLAATS, VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN
ARTIKEL 25.
1. De algemene vergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de vereniging haar zetel heeft.
Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid deze vergaderingen ook elders te doen plaats vinden, mits het een goed bereikbare centraal gelegen locatie betreft.
2. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het dagelijks bestuur of, bij diens afwezigheid, een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen bestuurslid.
Zijn geen bestuursleden aanwezig of werd de vergadering niet door het algemeen bestuur bijeen geroepen, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
3. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht.
Deze notulen worden door de voorzitter en de secretaris van de vergadering ondertekend en in de zelfde of in de eerstvolgende algemene vergadering vastgesteld.
BESLUITEN ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 26.
1. De algemene vergadering kan, behoudens in de situatie als bedoeld in lid 3, ter vergadering alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien en voorzover:
a. alle voorschriften omtrent het oproepen en houden van vergaderingen zijn nageleefd; en
b. het een onderwerp betreft dat in de oproeping is
vermeld.
2. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen en ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden.
3. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging, ontbinding, fusie, splitsing en omzetting - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.
4. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
STEMRECHT EN STEMPROCEDURE
ARTIKEL 27.
1. Ieder gewoon lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft een stem.
2. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
3. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, tussen de voorgedragen kandidaten, plaats.
Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
4. Bij de in lid 3 bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
5. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet betreffende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een van de stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van het genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
9. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
AFDELINGSVERGADERINGEN
ARTIKEL 28.
1. De afdelingsvergadering bestaat uit alle onder de betreffende afdeling ressorterende leden.
2. Jaarlijks ten minste vier weken voor de jaarlijkse algemene vergadering zal op een door het afdelingsbestuur vast te stellen tijdstip, een afdelingsvergadering worden gehouden.
Zo mogelijk bevat de agenda van deze afdelingsvergadering onder meer de agenda van de algemene vergadering.
In deze jaarvergadering komen aan de orde:
a. het jaarverslag van het afdelingsbestuur en een
financiële verantwoording;
b. de voorziening in eventuele vacatures in het afdelingsbestuur;
c. de voorziening in een eventuele vacature van het door het afdelingbestuur te benoemen algemeen bestuurslid;
d. voorstellen van het afdelingsbestuur aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
e. voorstellen van leden, die uiterlijk drie weken voor de dag van de afdelingsvergadering bij het afdelingsbestuur zijn ingekomen; deze voorstellen worden eveneens bij de oproeping vermeld.
3. Andere afdelingsvergaderingen worden bijeengeroepen zo dikwijls het afdelingsbestuur dit wenselijk oordeelt.
4. De volgende bepalingen zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op afdelingsvergaderingen:
- artikel 22 lid 4 en 5;
- de artikelen 23 tot en met 27.
De taken en bevoegdheden, welke in deze bepalingen toekomen aan het bestuur, worden uitgeoefend door het afdelingsbestuur van de desbetreffende afdeling, terwijl onder vereniging wordt verstaan afdeling, tenzij kennelijk anders is bedoeld.
REGLEMENTEN
ARTIKEL 29.
1. De algemene vergadering kan op voorstel van het bestuur één of meer reglementen vaststellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet of niet uitputtend in deze statuten zijn vervat.
2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
Indien en voorzover een reglement een bepaling bevat, welke in strijd is met een ouder niet ingetrokken reglement, geldt de bepaling uit het nieuwste reglement.
3. De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd een reglement te wijzigen of in te trekken.
4. Op de vaststelling, wijziging en intrekking van een reglement is het bepaalde in artikel 30 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.
STATUTENWIJZIGING
ARTIKEL 30.
1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen zes weken, echter niet binnen twee weken, daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
De bestuursleden die op grond van deze statuten bevoegd zijn de vereniging te vertegenwoordigen alsmede zij die eventueel in het besluit tot statutenwijziging door de algemene vergadering als zodanig zijn aangewezen, zijn gemachtigd om ter uitvoering van het besluit tot statutenwijziging de akte van statutenwijziging te doen passeren en te ondertekenen, alles met de macht tot substitutie.
6. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken.
ONTBINDING EN VEREFFENING
ARTIKEL 31.
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering.
Het bepaalde in artikel 30 leden 1 tot en met 4 is van overeenkomstige toepassing.
2. De vereffenaars, of het bestuur in de situatie als bedoeld in lid 3, dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de vereniging inschrijving geschiedt in het register, als bedoeld in artikel 30 lid 6.
3. Indien de vereniging op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij alsdan op te bestaan.
Het bestuur doet hiervan opgaaf bij het register als bedoeld in artikel 30 lid 6.
4. De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: "in liquidatie".
5. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding een of meer andere vereffenaars zijn aangewezen.
6. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden als een bestuurder, voorzover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
7. Blijkt de vereffenaars dat de schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doen zij aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
8. Een eventueel batig saldo van de ontbonden vereniging wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de vereniging of ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling.
9. De vereffenaars stellen een rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de omvang en samenstelling van het overschot blijken, alsmede de bestemming.
10. De vereffenaars leggen de in het vorige lid bedoelde stukken neer ten kantore van het register als bedoeld in artikel 30 lid 6, alsmede ten kantore van de vereniging.
De stukken liggen daar twee maanden voor een ieder ter inzage. De vereffenaars maken in een nieuwsblad bekend waar en wanneer zij ter inzage liggen.
11. Indien niet binnen twee maanden na de nederlegging en bekendmaking als bedoeld in lid 10 verzet is gedaan bij de rechtbank, of de intrekking hiervan- of de beslissing hierop onherroepelijk is, wordt het overschot overgedragen aan de gerechtigde(n).
12. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen bekende baten meer aanwezig zijn. Zij doen hiervan opgaaf bij het register als bedoeld in artikel 30 lid 6.
13. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden vereniging gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij door de algemene vergadering bij het besluit tot ontbinding een andere bewaarder is aangewezen.
SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 32.
In alle gevallen, waarin zowel de wet, deze statuten als een reglement niet voorzien, beslist het algemeen bestuur.